Nagelate schriften
(1677)–Benedictus de SpinozaDartiende Brief.
| |
[p. 492] | |
jes is ook by de Heer Huigens, doch in d'Engelsche taal, zo ik niet mis. Hy heeft aan my wonderlijke dingen van deze evergrootglaasjes verhaalt, gelijk ook van enige fverrekijkers, in Italien gemaakt, met de welken men de gverduisteringen in Jupiter, door de htusschenkoomst van zijn ilopers veröorzaakt, heeft konnen waarneemen; en daar beneffens enige kschaduw in Saturnus, als uit een lring voortgekomen. Ik heb my, by deze gelegentheit, niet genoech over de mvoorbarigheit van Deskartes konnen verwonderen, de welk zegt dat dit nd' oorzaak kan zijn, om de welke de odwaalstarren by Saturnus (want hy acht zijn poren, of hantvatsels dwaalstarren te wezen) nooit bewogen worden, (misschien om dat hy nooit qwaargenomen heeft dat zy Saturnus raakten) en dat Saturnus niet rontöm zijn eige ras draait; hoewel dit met zijn sbeginselen zeer weinig overëenkoomt, gelijk ook om dat hy uit zijn beginselen zeer lichtelijk d' oorzaak der toren, of hantvatsels van Saturnus had konnen verklaren, zo hy niet in uvooröordeel had gesteken. |