Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2006


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2001-


bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 2005-2006. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 2007  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 129]

Dr. Wijnaendts Francken-prijs 2006
Advies van de commissie van voordracht

Het heeft iets aanstekelijks, die ongebreidelde blijmoedige belangstelling die zich in de Republiek tegen het einde van de achttiende eeuw alom onder de gegoede burgerij manifesteerde. Met jeugdig elan werd van alles onder de loep genomen, er was nauwelijks iets dat aan deze encyclopedische ijver en aandacht wist te ontsnappen. IJverig werd er gevorst en gelezen, lustig werd er geschreven en gesproken. Het publieke discours in de vorm van verhandelingen en vergaderingen, veelal binnen het verband van genootschappen en maatschappijen, vierde hoogtij. Kennis en inzicht werden als vrucht van gemeenschappelijke oefening niet alleen gewaardeerd om hun intellectuele kwaliteiten maar ook als wezenlijke bijdrage aan maatschappelijke vooruitgang.

 

Deze achttiende-eeuwse gemoeds- en geestesgesteldheid lijken in de monografie Kind van de toekomst. De wondere wereld van Otto van Eck (1780-1798) op een aanstekelijke wijze weer tot leven te zijn gekomen. De auteurs Arianne Baggerman en Rudolf Dekker doen dat door het dagboek dat de jonge Otto van Eck van het elfde levensjaar tot even voor zijn te vroege dood in 1798 bijhield, uitvoerig te contextualiseren. Het leidt tot een onderhoudend va-et-vient tussen alledaagse beslommeringen en afstandelijke bespiegelingen dat niet ophoudt bij de grenzen van het landgoed De Ruit aan de Vliet bij Delft waar de patricische Van Ecks zich bij voorkeur ophielden. Wat zich daar op microniveau afspeelde, wordt vervolgens zorgvuldig gerelateerd aan verschijnselen en ontwikkelingen op meso- en macroniveau. Gestaag trekt het dagelijkse leven van het gezin Van Eck met alle wisselvalligheden aan de lezer voorbij, afgewisseld door familiebezoek in de nabije en wijde omgeving van De Ruit. Ook gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis komen in beeld, in het bijzonder ten tijde van de Bataafse woelingen die het gezin Van Eck diep raakten. En wat zich buiten de landsgrenzen afspeelde wordt zichtbaar op een reis naar Parijs aan de vooravond van de Revolutie.

De op al deze niveaus opgedane impressies en ervaringen worden door de auteurs keer op keer thematisch in het wijdere verband van meningen en opinies geplaatst die in woord en geschrift de ronde deden. Zo leidt het relaas van de alledaagse belevenissen van de kleine Otto in de nabije

[p. 130]

omgeving van De Ruit tot een verhandeling over de tuin als pedagogisch project. En wordt het dagboek als een typisch tijdsfenomeen geplaatst in de context van contemporaine opvattingen over lezen en opvoeden. Het zijn twee voorbeelden van een veelheid aan thema's die naar aanleiding van het dagboek aangesneden worden en die de auteurs de gelegenheid geven de herkomst van de ideeën te traceren die er aan ten grondslag liggen. Deze komen voor een belangrijk deel uit Frankrijk, Engeland en Duitsland, maar opvallend vaak werd er door individuen in de omgeving van Otto verder aan geboetseerd.

De studie dringt diep door in het vaak ongebreidelde vooruitgangsgeloof dat delen van de Nederlandse burgerij stevig in de greep hield. Ook hier wordt het verhaal extra indringend doordat het vooruitgangsgeloof nogal eens in het besef van eigen falen eindigt, zoals ook de medische experimenten die op de jonge zieke Otto worden uitgevoerd, een zeer vroege dood niet kunnen afwenden. Door de meer of minder toevallige bijkomstigheid dat de onderzoekers zoveel historische bronnen over en uit Otto's directe omgeving hebben kunnen achterhalen, heeft de reconstructie van de wereld waarin het dagboek tot stand kwam, een bijzondere glans gekregen. De studie van Baggerman en Dekker geeft niet alleen een reconstructie van de pas uitgevonden wereld waarin de jonge Otto opgroeide, maar maakt de lezer ook wegwijs in het complexe stelsel van overtuigingen waaruit die nieuw uitgevonden wereld voortkwam.

De methodiek van concrete beschrijving en generaliserende verhandeling geeft het boek een opmerkelijke dualiteit in de vorm van emotionele nabijheid en reflecterende distantie. Enerzijds is de familie zo levensecht en zo nabij alsof de tijd is stilgevallen - een ervaring waar de kinderlijke onbeholpenheid van Otto's dagboek onmiskenbaar aan bijdraagt - anderzijds roept de thematische behandeling in herinnering, dat het hier om historische levensvormen gaat. De alternerende fascinatie met de dagelijkse wederwaardigheden en het verlangen naar cultuurhistorische duiding, prikkelt tot verder lezen niettegenstaande de lengte van het boek en de overdaad die het biedt.

De auteurs zijn er op overtuigende wijze in geslaagd het eenvoudige dagboekje van een doorsnee achttiende-eeuwse jongen verrassend te verrijken door het in contexten te plaatsen, wat een fascinerend inzicht biedt in leefgewoonten, denkwijzen en aspiraties uit de laatste decennia van de Republiek. Het relaas van de opgroeiende Otto van Eck blijkt een vruchtbare bodem te zijn voor een breed opgezette en toch ook fijn ge-

[p. 131]

detailleerde beschrijving van wat de culturele elite in de nadagen van de Republiek bewoog. Arianne Baggerman en Rudolf Dekker schrijven met een aanstekelijk enthousiasme, als waren ze bezield door hetzelfde elan van de personages die zij op de voet volgen, en weten de lezer daar eveneens deelgenoot van te maken. Kind van de toekomst biedt een inspirerende en onderhoudende cultuurgeschiedenis voor een breed publiek, reden waarom de Commissie dit boek voordraagt voor de dr. Wijnaendt Francken-prijs 2006.

 

P.W.J.L. Gerretsen, voorzitter

Dr. M. Keblusek

Dr. R. van Stipriaan

Dr. J. Tollebeek

Dr. E.G.E. van der Wall

 

Het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft besloten, overeenkomstig het advies van de Commissie van voordracht, de dr. Wijnaendts Francken-prijs 2006 toe te kennen aan Arianne Baggerman en Rudolf Dekker voor hun monografie Kind van de toekomst. De wondere wereld van Otto van Eck (1780-1798), Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2005.