Jan van der Noot
Biografie(ën) over Jan van der Noot P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV (1823)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 13 (1868)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
August Vermeylen, Verzameld werk. Deel 2 (1951)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van Jan van der Noot Het theatre oft toon-neel (1568)
Theatrum das ist Schawplatz (1572)
Abregé des douze livres Olympiades (1579)
Het cort begryp der XII boecken Olympiados (1579)
Lofsang van Braband/Hymne de Braband (1580)
Poeticsche werken (1580-1594)
Verwey (ed.), Gedichten van Jonker Jan van der Noot (1895)
Het bosken (ca. 1568)
Das Buch Extasis (tussen 1573 en 1576)
Uitgaven van Jan van der Noot A Theatre of Wordlings (1937 en 1939)
Epitalameon, oft houwelycx sanck voor Otto van Vicht en Cornelia van Balen (ed. W.A.P. Smit) (1953)
Het bosken en Het theatre (eds. W.A.P. Smit en W. Vermeer) (1953)
The Olympia Epics (ed. C.A. Zaalberg) (1956)
Lofsang van Braband/Hymne de Braband (ed. C.A. Zaalberg) (1958)
De 'Poeticsche werken' (ed. W. Waterschoot) (1975)
Secundaire literatuur over Jan van der Noot in de dbnl J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Keurdichten uit de XVIde Eeuw. I. Jonker Jan van der Noot, met een berigt over zijn leven en zijne werken, alsmede een Glossarium der bijzonderste verouderde woorden, uitdrukkingen en taelvormen, door K.F. Stallaert. Te Gent, ter boek- en steendrukkerij van J.S. van Doosselaere, en te Amsterdam, bij H.J. van Kesteren. 1857. f 1-50.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1857 (1857)
Albert Verwey, ‘‘Renaissance.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Albert Verwey, ‘Over vertalen!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
August Vermeylen, ‘Humanisme.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Albert Verwey, ‘Hoogescholen en geestelijke bewegingen’ In: Luide toernooien (1903)
G. Kalff, ‘Jan van der Noot (1539-1595?).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3 (1907)
Tiemen de Vries, ‘Chapter XXVII Sir Jan van der Noot and Edmund Spenser’ In: Holland's Influence on English Language and Literature (1916)
J. te Winkel, ‘III. De invloed van Ronsard en zijne Pleiade.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
W.A.P. Smit, De dichter Revius (1928)
Catharina Ypes, ‘II. Toenemende belangstelling voor Petrarca tijdens de Zestiende eeuw’ In: Petrarca in de Nederlandse letterkunde (1934)
G.S. Overdiep, ‘Op het voetspoor van Franschen en ItalianenLucas de Heere en Jan van der Noot’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 3 (1944)
G.P.M. Knuvelder, ‘Jan van der Noot (ca. 1539-ca. 1600)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
P. Geyl, ‘6. Omwentelingen in het cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
August Vermeylen, ‘Leven en Werken van Jonker Jan van der Noot’, ‘Voorwoord’ In: Verzameld werk. Deel 2 (1951)
G.A. van Es en Edward Rombauts, ‘III. Zoals Jan van der Noot...’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 5 (1952)
L. Strengholt, ‘Van der Noot-notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
C.A. Zaalberg, ‘Het Cort Begryp van Jan van der Noot als episch werk’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Leonard Forster, ‘Iets over Nederlandse renaissancelyriek vóór Heinsius en Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
Leonard Forster, 'Iets over Nederlandse renaissancelyriek vóór Heinsius en Hooft' (1967)
G. Kazemier, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
S.A. Vosters, 'Spaanse en Nederlandse literatuur. De wederzijdse invloeden' (1985)
Jan Kuijper, ‘de tombe van jan van der noot’ In: Tomben (1989)
K.J. Bostoen, P.J.A. Franssen, C.L. Heesakkers, A.E. Jacobs en P.G.J. van Sterkenburg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
Terug naar overzicht
Jan van der Noot (ca. 1579).