Cornelis Ketel

geboren: 18 maart 1548 te Gouda
overleden: 8 augustus (begraven) 1616 te Amsterdam

lid van: Eglentier

Biografie(ën) over Cornelis Ketel

Karel van Mander, Het schilder-boeck (1604)
P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV (1823)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 10 (1862)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8 (1930)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Cornelis Ketel

(geen titels beschikbaar)


Uitgaven van Cornelis Ketel

J. te Winkel, 'Den Nederduytschen Helicon van 1610', in Tijdschr. Nederl. Taal- en Letterk., 18 (1899)
Karel van Mander (1548-1606): De Kerck der deucht (eds. H. Miedema en M. Spies) (1977)

Secundaire literatuur over Cornelis Ketel in de dbnl

Karel van Mander, Het schilder-boeck (1604)
Wilhelm Martin, ‘Zesde hoofdstuk. - Het Hollandsch portret 1600-1635 (behalve Hals).’ In: De Hollandsche schilderkunst in de 17e eeuw: Frans Hals en zijn tijd (1935)
C. Rooker, ‘Cornelis Ketel, het Album-Radermacher en een levensteken van De Eglentier’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)


Terug naar overzicht