G.A. Bredero
lid van:
Eglentier
Biografie(ën) over G.A. Bredero P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 1 ABE-BYN (1821)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 2. Derde en vierde stuk (1855)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6 (1924)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van G.A. Bredero Oogen vol majesteyt (zj.)
De klucht van de koe (1612)
De klucht van Symen sonder soeticheyt (1612)
De klucht van den molenaar (1613)
Griane (1616)
Lucelle (1616)
Rodd'rick ende Alphonsus (1616)
Moortje (1617)
Spaanschen Brabander (1617)
Stommen ridder (1618)
De Hoochduytschen Quacksalver (1619)
Kluchten (1619)
Nederduytsche Rijmen (1620)
Groot lied-boeck (1622)
Angeniet (1623)
Schyn-heyligh (1624)
Nederduytsche poëmata (1632)
Spaanschen Brabander (alleen scans beschikbaar) (1934)
Spaanschen Brabander Jerolimo (1978)
Het daget uyt den oosten (ca. 1615?)
Spaanschen Brabander (ca. 1965)
Uitgaven van G.A. Bredero Het Moortje (1859)
Werken (ed. G. Kalff et al.). Deel 1 (alleen scans beschikbaar) (1890)
Werken (ed. G. Kalff et al.). Deel 2 (alleen scans beschikbaar) (1890)
De werken van G.A.B. (eds. J. ten Brink e.a.) (1890)
Werken (ed. G. Kalff et al.) (1890)
Werken (ed. G. Kalff et al.). Deel 3 (alleen scans beschikbaar) (1890)
Spaanschen Brabander (1918)
Spaanschen Brabander (1919)
De werken van G.A.Bredero. Deel 1: Dramatische werken (ed. J.A.N. Knuttel) (alleen scans beschikbaar) (1921)
De werken van G.A.Bredero (ed. J.A.N. Knuttel) (1921-1929)
De kluchten (ed. A.A. van Rijnbach) (alleen scans beschikbaar) (1924)
De werken van G.A.Bredero. Deel 2: Dramatische werken (ed. J.A.N. Knuttel) (alleen scans beschikbaar) (1924)
De werken van G.A.Bredero. Deel 1: Liederen en sonnetten (ed. J.A.N. Knuttel) (alleen scans beschikbaar) (1929)
Moortje (ed. F.A. Stoett) (alleen scans beschikbaar) (1931)
'Liederen van B.' (ed. F.R. Coers Fzn.). In: Liederen van Groot-Nederland (1933)
Groot lied-boeck (ed. A.A. van Rijnbach) (1944)
Spaanschen Brabander Jerolimo (1967)
Rodd'rick ende Alphonsus (ed. C. Kruyskamp) (1968)
Spaanschen Brabander Ierolimo (ed. H. Prudon) (1968)
De werken van Gerbrand Adriaensz. Bredero (ed. C. Kruyskamp et al.) (1968-1986)
Kluchten (ed. J. Daan) (1971)
Lucelle (ed. C.A. Zaalberg) (1972)
Griane (ed. F. Veenstra) (1973)
Stommen ridder (ed. C. Kruyskamp) (1973)
Spaanschen Brabander (ed. C.F.P. Stutterheim) (1974)
Groot lied-boeck (ed. F.H. Matter, G. Stuiveling e.a.) (1975-1983)
Het daget uyt den Oosten (ed. B.C. Damsteegt) (1976)
Kluchten (ed. C. Kruyskamp) (1976[2])
Schyn-heyligh (ed. E.K. Grootes) (1979)
Toneelspelen (ed. A. Keersmaekers) (1979)
Vertaalde gedichten (ed. A. Keersmaekers), (1981)
Angeniet (ed. P.E.L. Verkuyl) (1982)
Moortje (ed. P. Minderaa, C.A. Zaalberg, B.C. Damsteegt) (1984)
Verspreid werk (ed. G. Stuiveling en B.C. Damsteegt) (1986)
Primaire teksten van G.A. Bredero elders in de dbnl G.A. Bredero, Reinier Telle en anoniem Tragische historien, Het vierde deel vande Tragische of claechlijcke historien (vert. G.A. Bredero en Reinier Telle) (alleen scans beschikbaar) (1612)
G.A. Bredero en Crispijn van de Passe sr., Thronus Cupidinis (1620)
G.A. Bredero, ‘Dochters Liefdens Liedt,’ In: Venus minne-gifjens (1622)
G.A. Bredero, ‘V.Een oud Lied.’ In: Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw (1828)
Willem Bartjens en G.A. Bredero, ‘[Het Pascha]’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
G.A. Bredero, ‘95 (G.A. Bredero aan P.C. Hooft)’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (eds. H.W. van Tricht e.a.) (1976)
G.A. Bredero, ‘Gerbrand Adriaanszoon Bredero (1585-1618) Sonnet’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Secundaire literatuur over G.A. Bredero in de dbnl Jan Vos, ‘[Grafdichten]’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Lambert Bidloo, ‘Tiende boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert Bidloo, ‘Vierde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert Bidloo, ‘Twaalfde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Jeronimo de Vries, ‘Tweede afdeeling. Opgave der dichters dezer eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
F.A. Snellaert, ‘Vierde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
W.J. Hofdijk, ‘Derde tijdvak Latere Nederlandsche letteren. (Van 1550-1790.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
R.C. Bakhuizen van den Brink, ‘Hendrik van Brederode en Willem van Oranje in 1566 en 1567.(Eene Boekbeoordeeling.)’ In: Studiën en schetsen over vaderlandsche geschiedenis en letteren. Deel 1 (1863)
Willem Gerard Brill, ‘Tweede hoofdstuk.De Moderne Dramatische poëzij.’ In: Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
J. te Winkel, ‘Almanakken met eene klucht van Brederoo en gedichtjes van Hofferus en Telle.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Samuel Coster, ‘Voorrede tot De Spelen van Gerbrand Adriaensz Bredero’ In: Samuel Coster's werken (ed. R.A. Kollewijn) (1883)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Letterkundige kroniek.’ In: De Gids. Jaargang 1884 (1884)
Jérome Alexandre Sillem, ‘Letterkundige kroniek.’ In: De Gids. Jaargang 1885 (1885)
G. Kalff, ‘Breero en Hans Sachs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Jan ten Brink, ‘Het gezin van den schoenmaker Adriaen Cornelisz. Bredero.’ In: De Gids. Jaargang 1887 (1887)
Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Albert Verwey, ‘Boekbeoordeelingen.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 4 (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XII. Melpomene in Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XVI. Thalia in Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VII. Het romantische Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘X. Coster en Co. Contra Rodenburg.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
J.A. Worp, ‘Een onbekend lofdichtje van Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Bibliographie.’ In: De Gids. Jaargang 1893 (1893)
Max Rooses, ‘Ten Brink's Bredero's.’ In: De Gids. Jaargang 1893 (1893)
G.A. Nauta, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Albert Verwey, ‘Vondel en Brederoo.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Aanteekeningen en opmerkingen.’ In: De Gids. Jaargang 1896 (1896)
J.H. van den Bosch, J.J.A.A. Frantzen, P. Leendertz (jr.) en J.B. Schepers, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Iets over Bredero.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.A. Worp, ‘V. Het blijspel.’ In: Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Deel 1 (1903)
P.H. van Moerkerken, ‘IV. De satire in liederen, boerden, sproken enz.’ In: De satire in de Nederlandsche kunst der middeleeuwen (1904)
J.B. Schepers, ‘Breero en de bruin-ogen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
J.B. Schepers, ‘Breero en Hooft.Een vraag.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
J.B. Schepers, ‘Bredero's liefde voor Margriete.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
G. Kalff, ‘Breero en Starter.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
Constantinus Bake en J.B. Schepers, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
J.A. Worp, ‘De Academie.I. (1617-1622).’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
J.A. Worp, ‘De kamer ‘In Liefde bloeyende’.’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
C.G.N. de Vooys, ‘Spaansche Brabander, vs. 639.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
J. te Winkel, ‘XI. De tragi-comedie: Bredero en Starter.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XIII. Het lied van Bredero, Starter en Anderen.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XII. De kluchten en blijspelen: Coster, Bredero, Hooft.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
C.G.N. de Vooys, ‘De twaalf sonnetten van de Schoonheyt ten onrechte aan Bredero toegeschreven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
P.J. Blok, ‘Derde afdeelingHet Bestand’, ‘Hoofdstuk IDe Nederlanden in 1609’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 2 (1924 (3de herziene druk))
A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
J.A.N. Knuttel, ‘Bredero voor den vakman.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Joseph Vles, ‘Chapitre IIITraductions hollandaises de romans picaresques espagnols’ In: Le roman picaresque hollandais des XVIIe et XVIIIe siècles et ses modèles espagnols et français (1926)
Joost van den Vondel, ‘Op Brero’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
L. Koch, ‘Bredero's laatste jaren en Bredero's studiejaren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Aantekeningen bij Breero's kluchten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
A.A. van Rijnbach, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Tekstkritiek op Bredero's liederen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
Albert Verwey, ‘Bredero's Vroegh in den dagheraadt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
J.A.N. Knuttel, ‘Cornelis Tamesz. van Jisp.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
H. Schurink, ‘Zintuigelijke gewaarwordingen bij zeventiende-eeuwsche dichters’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 12]’, ‘Bredero, sprekende na 350 jaren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
A.A. Verdenius, ‘Van een Huys-man en een Barbier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
B.H. Erné, ‘Huijsmorsen en Verhuijsmorsen Huijsmossen schieten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J.A.N. Knuttel en L. Koch, ‘Tesselschade en Bredero's Margriete.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een naamdicht van Bredero.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst (1947)
D.Th. Enklaar, ‘Drie dagen voor 't geluk geboren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
W.A.P. Smit, ‘Een sonnet van Hooft in Knuttels Bredero-uitgave.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
W.A.P. Smit, ‘Notities bij Bredero's ‘Stommen Ridder’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘De letterkunde te Amsterdam’, ‘Samuel Coster en de Nederduytsche Academiedoor Prof. Dr J. Brouwer’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘Gerbrand Adriaensz Bredero’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
G.P.M. Knuvelder, ‘Gerbrand Adriaensz. Bredero (1585-1618)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
P. Geyl, ‘Boek VIn tegenovergestelde kampen, 1609-1648’, ‘1. Voortschrijdende verwijdering in het geestelijke’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
Gerard Brom, ‘Bredero en de Bijbel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘‘Mijn lieve Angneets Dei’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Gerard Brom, Schilderkunst en literatuur in de 16e en 17e eeuw (1957)
F.K.H. Kossmann, ‘De heftige herfst....’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J.C. Arens, ‘Apolloos aanspraack: Bredero benut van Mander en Florianus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
J.P. Naeff, ‘Hoofdstuk II ± 1615-1630’ In: De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
J.P. Naeff, ‘Hoofdstuk III 1630-1680’ In: De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
J.P. Naeff, De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
R.F.M. Boshouwers, ‘De Franse leenwoorden in de kluchten en blijspelen van G.A. Bredero’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw (1966)
E. de Jongh, 'Erotica in vogelperspectief. De dubbelzinnigheid van een reeks zeventiende-eeuwse genrevoorstellingen' (1968-1969)
A.A. Keersmaekers, 'De onbekende Bredero' (1968-1969)
S.F. Witstein, ‘4 vondel’ In: Funeraire poëzie in de Nederlandse Renaissance (1969)
Garmt Stuiveling, Memoriaal van Bredero (1970)
A.G.H. Bachrach, H. de la Fontaine Verwey, A.A. Keersmaekers en Garmt Stuiveling, Rondom Bredero (1970)
Rob Nieuwenhuys, ‘2. Indische verzenmakers’ In: Oost-Indische spiegel. (1972)
E.K. Grootes, ‘7Personages en motieven in l'Hipocrito en Schijnheiligh’ In: Dramatische struktuur in tweevoud (1973)
A.Th. van Deursen, ‘VII. Gemeentevorming I De groei van de hervormde kerk’ In: Bavianen en slijkgeuzen (1974)
S.F. Witstein, 'Het erotisch-ethische referentiekader in Bredero's "Stommen Ridder", en de betekenis daarvan voor het handelingsverloop van dit spel' (1974)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, ‘Moortje: vastenavond of driekoningen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
C.A. Zaalberg, 'Moortje: vastenavond of driekoningen?' (1976)
Reinder P. Meijer, ‘V The golden age Seventeenth century’ In: Literature of the Low Countries (1978)
A.A. Keersmaekers, ‘De Christelijcke RidderGedichten van Vondel en Bredero’ In: Visies op Vondel na 300 jaar (1979)
Hubert Meeus, ‘Gebrand Adriaensz. Bredero’ In: Repertorium van het ernstige drama in de Nederlanden 1600-1650 (1983)
Garmt Stuiveling, 'Bredero's Groot Lied-boeck' (1983)
H.L. Wesseling, ‘Een gedenksteen voor G.A. BrederoToespraak door Dr. H.L. Wesseling’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1985 (1985)
H. Duits, ‘Een steen voor Bredero’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 3 (1985)
H.L. Wesseling, ‘Toespraak, gehouden bij de onthulling van de gedenksteen voor G.A. Bredero op 16 maart 1985’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 3 (1985)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, 'Moraal en karakter: lezingen van Moortje' (1985)
J.W. Steenbeek, 'De dichter van de "Sonnetten van de schoonheyt"?' (1985)
Gerrit Komrij, Verzonken boeken (1986)
R. Lievens, ‘Robrecht LievensEen Berekenende Bredero?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘IV Een spiegel van deugd en ondeugd: de eerste toepassing van nieuwe inzichten binnen ‘D'Eglentier’’, ‘1. Dramaopzet’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
J.H. Meter, 'De structuur van Bredero's "Spaanschen Brabander"' (1992)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
Marc Van Vaeck, 'Bredero's liedboek. "De Tijdt, die niet en rust, verandert alle dinghen"' (1992)
Hubert Meeus, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
Theo Hermans, ‘19 G.A. Bredero (vert.), G.A. Brederoos Moortje / Waar in hy Terentii Eunuchum heeft Nae-ghevolght. Amsterdam: Cornelis Lodewijcksz vander Plasse, 1617’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Ton van Strien, 'Inconsequent of inconsistent? Over de interpretatie van Bredero's Moortje en Hoofts Ariadne' (1996)
René van Stipriaan, 'Historische distantie in de Spaanschen Brabander' (1997)
Willem van Toorn, ‘Landschap en literatuur’ In: Leesbaar landschap (1998)
E.K. Grootes, ‘Verhandelingen’, ‘Bredero's personages spreekbuis van de dichter?Jaarrede door de voorzitter, Dr. E.K. Grootes’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1999 (1999)
Jos Buurlage, ‘Leende Beets van Bredero?’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 20 (2002)
E.K. Grootes, ‘2 Eddy Grootes, Gerbrand Bredero aan Magdalena Stockmans’ In: 'Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend'. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009 (2009)
Jeroen Jansen, ‘3 Jeroen Jansen, Magdalena Stockmans en Gerbrand Bredero’ In: 'Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend'. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009 (2009)
audiobestanden: waarin G.A. Bredero ter sprake komt Websites over G.A. Bredero
http://www.hum.uva.nl/dsp/ljc/bredero/
Terug naar overzicht
G.A. Bredero.